“Onderwijs is niet het vullen van een vat, maar het ontsteken van een vuur”
Welkom bij de vuurvogel
vrijeschool voor basisonderwijs Zoetermeer
De Vuurvogel is een school waar we kinderen opvoeden tot vrije, onafhankelijke mensen. Op onze school wordt uw kind aangesproken op wat het wèl kan en niet op wat het niet kan. Uw kind leert door te ontdekken.
We geven uw kind een warme, veilige omgeving in een prachtige nieuwe school en speelplein waarin uw kind nog kind mag zijn en vertrouwen krijgt én geeft.
Basisonderwijs voor iedereen
De Vuurvogel is enerzijds een gewone basisschool waar kinderen alle noodzakelijke vaardigheden leren en kennis krijgen bijgebracht m.b.v. o.a. citotoetsen.
Anderzijds is het een bijzondere school, een school waar kinderen kind kunnen zijn, waar kinderen structuur, regelmaat en sociale beleving ervaren. Waar gezamenlijke jaarfeesten worden gevierd, veel wordt gezongen en aandacht is voor natuurlijke materialen en producten.
Er is ruimte voor kunstzinnige vorming en kinderen verlaten de school vol zelfvertrouwen en met prima bagage voor het vervolgonderwijs.
Uw kind samen ontwikkelen
De school wil samen met u het unieke dat ieder kind in zich draagt zichtbaar maken en tot bloei laten komen. Dat is de basis van het vrijeschoolonderwijs op onze school. Het woord 'vrij' geeft aan dat de school deze visie in vrijheid kan realiseren. Het heeft dus niets te maken met het vrijlaten van kinderen. Onze school staat open voor alle leerlingen, ongeacht hun culturele of levenbeschouwelijke achtergrond.
Actueel
Website online
We zijn bijzonder blij dat we weer een website hebben. Hij is naar ons idee uitnodigend en informatief. Mocht u aanvullingen hebben of komt u hier en daar een foutje tegen vertel het ons.
Agenda
In onderstaande Google-agenda kunt u informatie vinden over jaarfeesten, bijzonderheden, ouderavonden en andere activiteiten:
Veelgestelde vragen:
- Waar staat ‘vrij’ nu eigenlijk voor?
- Heeft de Vuurvogel ook een overblijfvoorziening?
- Waarom houden de klassen zes jaar lang dezelfde leerkracht?
- Kan een kind blijven zitten?
- Wordt er een CITO-toets afgenomen?
- Hoe zit het met de kwaliteit van het onderwijs?
- Worden er vreemde talen geleerd?
- Wat wordt er gedaan aan handenarbeid en handvaardigheid?
- Wat wordt er aan muziek gedaan?
- Wat voor godsdienstonderwijs wordt er gegeven?
- Wat is 'vertelstof'?
- Wat is euritmie?
- Wat is nat op nat schilderen?
- Wat is periodeonderwijs?
- Wordt er gebruik gemaakt van computers?
- Waarom zijn er zo weinig hoeken?
- Wat wordt er van ouders verwacht?
- Waarom wordt er een ouderbijdrage gevraagd?
- Hoe is het plaatsingsbeleid?
- Hoe is de aansluiting op een reguliere basisschool bij tussentijds overstappen?
- Hoe zit het met de aansluiting op het vervolgonderwijs?
- Wat is Antroposofie?
- Wat wordt bedoeld met 'mensbeeld'?
- Hoe ziet het schoolleerplan eruit?
- Welke zorg is er voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften?
- Heeft de school een klachtenregeling?
- Wat is het Omgangsprotocol?
- Is de Vuurvogel in Zoetermeer een leuke school?
Waar staat 'vrij' nu eigenlijk voor?
Allereerst: het woord ‘vrij’ slaat absoluut niet op het vrijlaten van de kinderen of het hebben van veel vrije dagen.
Er wordt mee bedoeld dat de vrijescholen in vrijheid hun visie kunnen realiseren. Het vrijeschoolonderwijs zoekt het unieke van ieder kind en sluit daarbij aan: “Onderwijs is niet het vullen van een vat, maar het ontsteken van een vuur”.
Niet het rijk of de gemeente bestuurt de school, maar een stichting. Het bestuur van de Stichting Vrije Scholen Rijnstreek, waar de Vuurvogel onder valt, bestaat uit ouders.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Heeft de Vuurvogel ook een overblijfvoorziening?
De kleuters hebben elke dag een continuerooster tot 13.00 uur. Basisschool de Vuurvogel kent voor klas 1 t/m 6 ook continueroosters.
Klas 1 alle dagen tot 13.00 uur. Klas 2 di en donderdag tot 14.45 uur en vanaf klas 3 alle dagen tot 14.45 uur. Met uitzondering van de woensdag: dan is iedereen om 13.00 uur uit.
Het continurooster kent twee pauzerondes, van 11.00 uur tot 11.20 uur en van 13.00 uur tot 13.30 uur. Dit betekent dat alle kinderen die ‘s middags school hebben in de tweede pauze overblijven en dan hun meegebrachte lunch opeten.
Voor het continuerooster zijn geen overblijfouders nodig.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Waarom houden de klassen zes jaar lang dezelfde leerkracht?
De leerlingen leren van en met elkaar in een vaste groep. Door de jaren heen leren zij samen te werken met anderen. Dit is een pijler voor de didactiek, het proces waarin de leerstof zich eigen wordt gemaakt.
De leerkracht gaat in principe met de klas mee, van de eerste tot en met de zesde (groep drie tot en met acht). Het meegaan van de leerkracht biedt hem of haar de mogelijkheid om met de klas 'mee te groeien'. De leerkracht die jaren intensief met de kinderen werkt, kan de ontwikkeling van de kinderen nauwlettend volgen en daardoor kleine of grotere veranderingen bij het kind opmerken.
Uw kind ontmoet zeker niet alleen de eigen leerkracht. Er staan vanaf de eerste klas, tijdens de vaklessen in de middag, andere leerkrachten voor de klas. Al deze leerkrachten kunnen uw kind helpen en begeleiden en eventuele lastige situaties tijdig signaleren.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Kan een kind blijven zitten?
Hoe gaat de school om met niveauverschillen binnen een klas?
In het vrijeschoolonderwijs komt 'zitten blijven' bijna niet voor, doordat er wordt gewerkt met een leerstofjaarklassen systeem. Ieder kind maakt een vergelijkbare ontwikkeling door en de aangeboden stof sluit aan bij de ontwikkeling van uw kind in een bepaald jaar.
Natuurlijk ontstaan er binnen een klas verschillende niveaus. De leerkracht komt hieraan tegemoet met een veelzijdige pedagogische benadering en pluriforme werkvormen.
Wij gaan ervan uit dat het niveau van een kind niet eenduidig is; elk kind heeft meer dan één niveau. Een kind kan motorisch, sociaal en emotioneel zeer 'bij de tijd' zijn, terwijl het op kennisniveau achter blijft. En ook het omgekeerde komt regelmatig in allerlei variaties voor.
Met de slogan 'het kind aanspreken naar hoofd, hart en handen', willen vrijescholen het evenwicht tussen al deze factoren benadrukken. Een evenwicht, dat in elke leeftijdsfase een speciale invulling heeft.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Wordt er een CITO-toets afgenomen?
In het laatste jaar van de school wordt een schoolverlaterstoets afgenomen. De Vuurvogel heeft gekozen voor de NIO-toets om de vermogens en schoolvaardigheden van het kind te meten. NIO staat voor Nederlandse Intelligentietest voor Onderwijsniveau. Gesteund door de resultaten van de NIO-toets wordt door de klassenleerkracht in samenspraak met de vakleerkrachten een schoolverlaterrapport opgesteld. Het eindadvies voor het vervolgonderwijs maakt hiervan deel uit.
Uiteraard maken toetsen deel uit van ons leerlingvolgsysteem. Vanaf klas twee krijgt uw kind twee keer per jaar een cito-toets waarna in een 20 minuten gesprek de vorderingen worden besproken. In de eerste is dit 1 cito-toets. Deze vorderingen in zijn/haar ontwikkeling zijn voor ons in de eerste drie leerjaren belangrijker dan de feitelijke scores.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Hoe zit het met de kwaliteit van het onderwijs?
De onderwijsinspectie heeft de vrijescholen de laatste jaren kritisch gevolgd. In de media zijn verschillende berichten hierover verschenen. Echter, als onderwijsrichting hebben de vrijescholen in Nederland de minste zwakke scholen in hun groep.
Basisschool de Vuurvogel werkt continue aan een verbetertraject. Er is gewerkt aan de structurele invoering van de citotoetsen, aan de interne structuur en aan een verbetering van het leerlingvolgsysteem.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Worden er vreemde talen geleerd?
Al in de eerste klas (groep 3) krijgt uw kind les in twee vreemde talen (Een keuze wordt daarbij gemaakt uit het Engels, Duits of Frans). Het doel is om uw kind vertrouwd te maken met de klanken en het ritme van de taal. Spelend en zingend blijven de kinderen ‘taalvaardig’, met het oog op de ons omringende (vakantie)landen. In de tweede klas staan het luisteren en spreken centraal. Op een speelse manier leren de kinderen voorwerpen, lichaamsdelen en zaken waarmee ze direct in aanraking komen benoemen.
Analytische grammatica is in het begin nog niet aan de orde; de taal wordt geleerd zoals de moedertaal, door het nadoen. In de derde klas staan het tellen, de dagen, maanden, kleuren, seizoenen en de voorwerpen in de klas centraal. Lichaamsdelen, kleding, voedsel en voorwerpen in huis en op school, worden verder geoefend in de vorm van spelletjes, rijmpjes, verhalen en toneelstukjes. In de vierde klas wordt, net als bij de Nederlandse taal in de taalperiodes, een begin gemaakt met grammatica. Het reciteren van gedichten en het zingen van liederen wordt voortgezet. Toneelstukjes en kleine gesprekjes bevorderen het converseren in de taal. Teksten worden opgeschreven en teruggelezen. In de vijfde klas wordt dit uitgebreid met het lezen van eenvoudige boekjes in de vreemde taal. In de zesde klas wordt dit bij Engels aangevuld met een kleine stelopdracht.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Wat wordt er gedaan aan handenarbeid en handwerken?
Handenarbeid: Door met de handen vorm te geven aan een idee met verscheidene materialen, wordt de wil van jongs af aan geschoold. Door zinvolle en mooie (gebruiks-)voorwerpen te vervaardigen, worden kinderen handig. Het maken van werkstukken zijn ideale oefeningen in concentratie, inspanning en volharding. Ook de fijne motoriek en het voorstellingsvermogen worden bevorderd door het werken met allerlei materialen en kleuren. Boetseren valt ook onder de handvaardigheid. In de kleuterklassen en de lagere klassen wordt vooral gewerkt met bijenwas, waarmee met de eigen lichaamswarmte vormen kunnen worden gemaakt. De hoogste klassen boetseren ook met klei.
Handwerken: De fijne motoriek en het plezier van het zelf maken staan centraal bij deze lessen. In de eerste klas, leren de kinderen breien met dikke wol en houten pennen. Ook doen ze eenvoudige knoopoefeningen, vingerhaken en dergelijke. In de tweede en derde klas wordt het breien verder voortgezet, met steeds ingewikkelder patronen. Ook leren de kinderen haken. In de vierde klas komen onder meer het vlechten en de kruissteek aan bod. Vaak maken de kinderen ook poppen. De vijfde klassers maken onder meer wanten of sokken in de eigen maat.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Wat wordt er aan muziek gedaan?
Muziek en zingen zorgen voor samenwerking en harmonie in de groep. Bovendien wordt de woordenschat uitgebreid en leren kinderen teksten onthouden. In de kleuterklassen wordt elke dag gezongen.
Tijdens het muziekuur in de eerste klas leren de kinderen fluit spelen en zingen met begeleiding van een instrument. In de tweede klas wordt bij muziek het ritmisch-melodisch gehoor aangesproken. Bij het zingen is de zorg voor de stem, en met name de articulatie van belang. Ook het innerlijk gehoor wordt geoefend. De fluitlessen, die vanaf klas 1 gegeven zijn, worden in de tweede, derde en vierde klas voortgezet. Dat gebeurt op een eigen fluit die de verdere jaren met het kind meegaat. Tijdens het derde jaar wordt gewerkt aan de gehoorsvorming, mede met het oog op het notenschrift, waarmee aan het einde van het vierde leerjaar vaak wordt begonnen. Er wordt nu een sterker beroep op het ken- en begripsvermogen gedaan. De canon doet in de vierde klas zijn intrede. Maatsoorten worden onderscheiden en ritmes geoefend met instrumenten. In het vijfde en zesde leerjaar wordt het muziekrepertoire uitgebreid. Het oefenen met meerstemmigheid, intervallen, maatsoorten en moeilijkere ritmen gaat door.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Wat voor godsdienstonderwijs wordt er gegeven?
De school staat open voor alle kinderen, ongeacht de kerkelijke richting of levensbeschouwing. Dat betekent dat de vrijheid van ouders om hun kinderen in de eigen richting of levensbeschouwing op te voeden, volledig wordt gerespecteerd.
Vanuit de Europese geschiedenis komt religie aan bod. Meestal worden verhalen gebruikt om een bepaald religieus aspect zo te belichten dat er een bepaald gevoel, een stemming bij de kinderen wordt gewekt (eerbied, verwondering). De leerkrachten tasten af of daar met de groep op een of andere wijze een verwerking uit kan ontstaan. Het is dus geenszins de bedoeling om leerstellingen of religieus gedachtegoed aan te 'leren'.
De lesinhouden groeien met de kinderen mee en worden vaak gekozen aan de hand van ontwikkelingsmomenten die bij de betreffende klas horen zijn. Steeds laat de leerkracht zich hierbij inspireren door de stemming die hij of zij waarneemt in de klas.
Ook de antroposofie -het gedachtegoed van Rudolf Steiner- wordt niet als leerstof aan de kinderen overgedragen.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Wat is 'vertelstof'?
Door het hele onderwijs heen speelt de vertelstof een belangrijke rol. De vertelstof is als het ware de rode draad waarlangs de ontwikkeling van het kind wordt geleid. Dagelijks wordt de kinderen een verhaal verteld. Deze verhalen zijn afgestemd op de ontwikkelingsfase waarin de kinderen zich bevinden. Verhalen zorgen onder meer voor genieten, plezier, herkenbaarheid, het oproepen van beelden, spanning, het stimuleren van de fantasie, het ontwikkelen van taalgevoel en het vertrouwd maken met de wereld om hen heen. De vertelstof wordt in het gehele onderwijs ingeweven, in de onderbouw vooral in het periodeonderwijs, maar ook in de vaklessen.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Wat is euritmie?
Euritmie is een bewegingsvak waarbij dans het uitgangspunt van de beweging is. Kinderen bewegen in de ruimte en maken met hun lijf vormentaal. Zo leren zo bewust met hun lichaam in de ruimte te zijn. Op de Vuurvogel wordt euritmie gegeven door een vakleerkracht.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Wat is nat op nat schilderen?
Dit is een aquareltechniek die in alle klassen wordt gebruikt en die een hele intense kleurschakering oplevert. Door het water in combinatie met de verf ontstaan er steeds verrassende en zeer kunstzinnige vormen. Dat levert een prachtig schouwspel op in elke klas als de schilderijen opgehangen worden.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Wat is periodeonderwijs?
Op de Vuurvogel wordt één vak een aantal weken gedurende de eerste uren van de dag gegeven. Hierdoor kan de leerkracht de lesstof goed opbouwen en zijn de kinderen in staat om de leerstof intensief op te nemen. De leerstof wordt verwerkt in een periodeschrift. De kinderen houden hier zelf de aangeboden leerstof in bij in de vorm van teksten, gedichten en tekeningen.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Wordt er gebruik gemaakt van computers?
In de ontwikkeling van uw kind is fantasie en zelf dingen bedenken belangrijk. Computerprogramma’s stimuleren wel de reactie maar niet het creëren van een spel. Daarom ligt in het vrijeschoolonderwijs de nadruk op leren via het schoolbord, boekjes en zelf schrijven.
In klas 5 en 6 wordt gebruik gemaakt van de computer. Jongere kinderen met leerproblemen op het gebied van spelling en rekenen kunnen ook gebruik van computerprogramma’s maken om te oefenen. De computer is op de Vuurvogel ondersteunend aan het onderwijsaanbod. De computer is geen virtuele leraar.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Waarom zijn er zo weinig hoeken?
Antroposfische gebouwen kenmerken zich doorgaans door afgeschuinde of afgeronde hoeken, golvende of veelhoekige vormen en een uitgedachte kleurencombinatie. De gedachte hierachter is dat de omgeving invloed heeft op de mens. Langwerpige vormen nodigen uit tot bewegen en ronde vormen geven rust. Vrijescholen zijn ingericht met natuurlijke materialen zoals hout en steen.
Het gebouw van de Vuurvogel is in 2010 speciaal ontworpen vanuit deze kenmerken; waarbij veel gebruik is gemaakt van hout, frisse kleuren en mooie stoffen: een heel aangenaam leerklimaat.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Wat wordt er van ouders verwacht?
Onderwijs en opvoeding hebben veel met elkaar te maken. Een goed contact tussen ouders en leerkrachten is daarom van groot belang voor het kind. Ouders worden in de gelegenheid gesteld om zich bij de de Vuurvogel betrokken te voelen. Allereerst natuurlijk in de communicatie rond en over het kind, maar ook door ouders vele mogelijkheden te bieden mee te draaien in de activiteiten in school of om de klas.
Betrokkenheid kan namelijk ook ontstaan door het bijwonen van ouderavonden, het klassenouder zijn of het meevieren van jaarfeesten. Op deze wijze wordt leren op school niet iets dat apart staat van thuis, maar juist is geïntegreerd in de opvoeding door de ouders.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Waarom wordt er een ouderbijdrage gevraagd?
De rijksbijdrage is niet voldoende om het onderwijs dat wij wensen, volledig te kunnen bekostigen. Onze eisen aan materialen en inrichting, de aanstelling van vakleerkrachten voor bijvoorbeeld handwerken of Euritmie brengen extra kosten met zich mee.
Deze extra lasten kunnen alleen worden betaald vanuit de gezamenlijke ouderbijdrage en schenkingen door anderen.
Ook in komende schooljaren zullen wij als school deze voorzieningen zelf moeten bekostigen.
Betaling van de ouderbijdrage is vrijwillig en dus geen criterium bij de toelating van uw kind tot de Vuurvogel. De hoogte van de gevraagde ouderbijdrage is afhankelijk van het gezinsinkomen en het aantal kinderen op een vrijeschool. Een vrije school, als gemeenschap van kinderen, leerkrachten, leraren en anderen, kan echter alleen bestaan indien alle betrokkenen het vrijeschoolonderwijs ook totaal willen steunen, dus ook financieel. Aan het einde van ieder schooljaar ontvangen de ouders van het bestuur een verantwoording van de besteding van de ouderbijdragen.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Hoe is het plaatsingsbeleid?
De Vuurvogel wil er voor ieder kind zijn waarvoor het vrijeschoolonderwijs geschikt is. Ieder kind, met of zonder handicap, is in principe welkom op school. De financiële positie van ouders mag geen drempel zijn om hun kinderen dit onderwijs te kunnen laten volgen. Wel wordt van ouders minimaal affiniteit/positiviteit met de filosofie van het vrijeschoolonderwijs verwacht.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Hoe is de aansluiting op een reguliere basisschool bij tussentijds overstappen?
Het leerstofaanbod in de klassen een, twee en drie (groep drie, vier en vijf) verschilt van het reguliere onderwijs. Basisschool de Vuurvogel hanteert in deze klassen een normering voor vrijescholen die is afgesproken met andere vrijescholen in Zuid-Holland. Eind vierde klas (groep 6) begint het niveau overeen te komen met het reguliere onderwijs, zodat de leerlingen aan het einde van de zesde klas voldoen aan de normen die ook in het reguliere onderwijs worden gesteld.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Hoe zit het met de aansluiting op het vervolgonderwijs?
Het vrijeschoolleerplan van onder-, midden- en bovenbouw voorziet in de begeleiding van het kind vanaf het vierde tot en met het achttiende levensjaar. Ongeveer een kwart van de zesde klassers die de Vuurvogel de afgelopen jaren hebben verlaten, gaat naar het Marecollege, de vrije middelbare school in Leiden of de vrijeschool Den Haag. De andere leerlingen vinden prima aansluiting op middelbare scholen in Zoetermeer, op verschillende niveau’s.
Sinds 2006 maakt de school gebruik van de toetsen uit het 'Cito-leerlingvolgsysteem'. Dit zijn landelijk genormeerde toetsen waarmee we de resultaten van onze school kunnen vergelijken met het landelijk gemiddelde.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Wat is Antroposofie?
Rudolf Steiner is de grondlegger van de antroposofie. Vrij vertaald betekent het ‘bewustzijn omtrent het menszijn’. De zelfstandigheid van het individu staat centraal.
De antroposofische visie van Rudolf Steiner op mens en wereld hoeven ouders niet te onderschrijven. Zijn visie vormt geen lesstof voor de kinderen. Essentieel is dat ouders openstaan voor de aanpak. Een warme interesse voor het kind en wat het in de klas doet, is van groot belang.
Vrijescholen ondersteunen leerlingen zodat zij zich kunnen vormen als een denkend, voelend en strevend wezen en zo kunnen worden wie ze zijn.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Wat wordt bedoeld met 'mensbeeld'?
Het mensbeeld is een ander kenmerk van de vrije school. Dat wil zeggen: wat is een mens en in het bijzonder een kind eigenlijk? Hoe en waardoor ontwikkelt hij zich? Het mensbeeld is in de vrije school expliciet de achtergrond van het leerplan. De mens wordt gezien als een lichamelijk wezen, maar ook als een individueel geestelijk wezen. Het kind komt op aarde, niet als een onbeschreven blad waaraan je naar believen allerlei kunt toevoegen. Het brengt vanuit zijn geestelijk wezen speciale talenten en motieven mee, die het met behulp van zijn lichamelijk wezen kan ontwikkelen en realiseren. Het vrijeschoolonderwijs zoekt het unieke van ieder kind en sluit daarbij aan. Onderwijs is niet het vullen van een vat, maar het ontsteken van een vuur.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Hoe ziet het schoolleerplan eruit?
Het schoolleerplan wordt samengevat in de vaste schoolgids. U kunt de schoolgids en het schoolleerplan binnenkort opvragen bij het secretariaat van de school.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Welke zorg is er voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften?
De school heeft grote zorg voor de ontwikkeling van ieder individueel kind. Zij hanteert bij het bespreken en diagnosticeren het antroposofisch mensbeeld. De interne begeleider, die regelmatig elke klas bezoekt, bespreekt zorgkinderen - in algemeen pedagogische zin - en stelt zonodig samen met de leerkracht een behandelplan op. Dit plan wordt door de eigen leerkracht tot uitvoering gebracht. Via de kinderbespreking kan advies worden gevraagd aan het lerarencollege. Zonodig kan binnen de school de hulp worden ingeroepen van een kunstzinnig therapeut.
Ook kan de school hulp bieden in de vorm van preventieve ambulante begeleiding vanuit het samenwerkingsverband. Tevens kan een psychologisch/didactisch onderzoek worden gedaan door de Begeleidingsdienst voor vrijescholen.
De interne begeleider draagt er zorg voor dat alle plannen, resultaten en maatregelen worden bijgehouden in een digitaal leerlingdossier. Samen met de observaties en toetsen vormt dit het leerlingvolgsysteem.
Mocht het werken in de klas onvoldoende resultaat hebben, dan wordt de leerling opgegeven voor remedial teaching, en zal er op die manier kortdurende hulp worden geboden.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Heeft de school een klachtenregeling?
De school heeft een klachtenregeling. Hierin zijn de procedures voor het indienen en behandelen van klachten geregeld. Ieder die deel uitmaakt van de schoolgemeenschap (ouders, leerlingen, personeel, vrijwilligers, bevoegd gezag) kan een klacht indienen.
De klachtenregeling is van toepassing als men met zijn klacht nergens anders terecht kan. Veruit de meeste klachten over de dagelijkse gang van zaken in de school zullen in onderling overleg tussen ouder, leerlingen, personeel en schoolleiding op een juiste manier worden afgehandeld. Wanneer dit niet lukt, of wanneer de klacht zeer ernstig van aard is, kan een beroep worden gedaan op de klachtenregeling.
In het kader van de klachtenregeling heeft de school een contactpersoon. Deze verwijst de klager door naar een onafhankelijk vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon gaat in eerste instantie na of door bemiddeling een oplossing kan worden bereikt.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Wat is het Omgangsprotocol?
Een van de opgaven die de Vuurvogel zich stelt, is het vormen van een sociale en veilige gemeenschap. Omgaan met elkaar leren de kinderen deels door ons goede voorbeeld en deels door ervaring en correcties door ons, ouders en leraren, gegeven op een prettige en positieve manier.
Het leerplan van onze school bevat veel elementen die het sociale gebied verzorgen, zoals gewoontevorming, fabels, sprookjes en heiligenlegenden. Daarnaast bieden de school- en klassenregels structuur en een veilige omgeving. Ook in een veilige school kun je echter te veel plagen, vervelende grapjes maken of een begin van pesten nooit helemaal uitsluiten. Maar we kunnen er samen met de kinderen en de verzorger(s) wel voor zorgen dat het niet tot langdurig pesten komt.
Hiervoor heeft onze school een omgangsprotocol ontwikkeld, waarin preventieve maatregelen, school- en klassenregels en een stappenplan bij constatering van een pestprobleem zijn opgenomen. Preventieve maatregelen zijn bijvoorbeeld een pleinwacht tijdens de pauze, bewustwording door middel van het bespreekbaar maken voor ouders en kinderen, en het door de leerkrachten alert zijn op signalen die wijzen op pestgedrag.
Indien een pestprobleem is geconstateerd, biedt het stappenplan een gestructureerde aanpak van het probleem waarin alle partijen worden gehoord en gekend: de pester, de gepeste, de verzorger(s), de groep en de leerkracht(en). Aan iedere stap worden concrete afspraken en resultaten verbonden. Iedere stap wordt vastgelegd en het resultaat ervan geëvalueerd. De nadruk ligt op het samen oplossen van het probleem.
De volledige versie van het omgangsprotocol kunt u aanvragen bij het secretariaat van de school.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Is de Vuurvogel in Zoetermeer een leuke school?
Dat vinden wij natuurlijk wel! Zelf ervaren? Vraag een oriënterend gesprek door te mailen naar info@vuurvogelzoetermeer.nl of 079 – 351 78 24.
Ga terug naar het overzicht van de veelgestelde vragen
Contact
Adres: Schansbos 5/6,2716 GV, Zoetermeer
Email-adres: info@vuurvogelzoetermeer.nl
Telefoon: 079 – 351 78 24.
Webredactie
Neem contact op met de webredactie als u inhoudelijke wensen heeft ten aanzien van onze website.
Webmaster
Neem contact op met de webmaster als u functionele wensen heeft ten aanzien van onze website.
Ga terug naar boven